Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.[gedaagde partij]
1.De procedure
2.De feiten
Conclusie t.a.v. het verhoogde risico op trombo-embolie bij [eisende partij]
nietgehandeld heeft zoals van een redelijk bekwaam huisarts verwacht mag worden. De risico-inschatting, anamnese en het lichamelijk onderzoek zijn m.i. niet volledig. Het klinisch redeneren c.q. haar evaluatie (...) is m.i. niet zorgvuldig genoeg met consequenties daarvan in haar beleid.
voorschriften
gebruikvan Ascal. (…). In bijlage (...) onderbouwt de huisarts waarom zij is uitgegaan van het voorschrift van een Ascal brisper 100 mg / dag. Gezien de onderbouwing vind ik dat passen bij het functioneren van een redelijk bekwaam huisarts onder soortgelijke omstandigheden.
vangnetin het beleid te worden meegegeven. (…)
3.Het geschil
4.De beoordeling
gestelddat de ritmestoornissen reden had moeten zijn voor een bloeddrukmeting en ze heeft haar stelling dat ze naar de eerste harthulp had moeten worden verwezen slechts onderbouwd met de stelling dat de cardioloog haar in 2010 zou hebben gezegd dat ze ‘erg laat’ bij hem op afspraak verscheen. Enig onderbouwing dat het optreden van [gedaagde partij] op dat punt niet was in lijn van wat van een redelijk handelend, redelijk bekwaam huisarts mag worden verwacht, met bijvoorbeeld een verklaring van een arts, is niet gegeven. Mede gelet op het grote tijdsverloop sinds de verweten gedraging, in welke periode dit verwijt kennelijk niet eerder naar voren is gebracht, en gelet op de stand van de procedure waarin deze stelling is ingenomen, te weten daags voor de geplande comparitie, had dit wel van [eisende partij] mogen worden verwacht. De rechtbank zal dan ook deze stelling als onvoldoende onderbouwd afwijzen.
5.De beslissing
[postcode] [woonplaats]
1 februari 2018, waarna schriftelijk nadere instructies van de rechtbank zullen volgen over de indiening van het definitieve rapport en de declaratie van de deskundige,