ECLI:NL:RBGEL:2017:5121
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging inburgeringstermijn en oplegging boete wegens niet tijdig voldoen aan inburgeringsplicht
Eiser was vanaf 22 februari 2013 inburgeringsplichtig en moest uiterlijk 20 maart 2016 aan zijn inburgeringsplicht voldoen. Hij verzocht op 16 oktober 2015 om verlenging van deze termijn vanwege medische en psychische klachten en de zorg voor zijn echtgenote met een problematische zwangerschap. Verweerder wees dit verzoek af en legde een boete van €1.250 op wegens het niet tijdig voldoen aan de inburgeringsplicht.
De rechtbank overwoog dat verweerder advies had ingewonnen bij een medisch adviseur, die concludeerde dat er geen medische reden was om de termijn te verlengen. Dit advies was gebaseerd op medische informatie van de huisarts, die aangaf dat eiser weliswaar psychische klachten had, maar medisch gezien niet langdurig verhinderd was onderwijs te volgen. De rechtbank vond dat verweerder dit advies terecht had gevolgd.
Verder oordeelde de rechtbank dat de zorg voor de echtgenote geen grond was voor verlenging en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die verlenging ambtshalve rechtvaardigden. De boete was daarom terecht opgelegd. Hoewel de afhandeling van het verzoek traag was, was dit onvoldoende reden om de boete te laten vervallen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van verlenging van de inburgeringstermijn en de boete is ongegrond verklaard.