ECLI:NL:RBGEL:2017:5083
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte witwassen wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Gelderland behandelde op 19 september 2017 de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van medeplegen van witwassen in de periode van augustus tot oktober 2016 in Arnhem en Velp. De tenlastelegging betrof het verborgen houden van de herkomst en het gebruik van geldbedragen die vermoedelijk uit misdrijven afkomstig waren, met een totaalbedrag van circa 22.830 euro.
De officier van justitie erkende dat er wettig bewijs was, maar vond het bewijs onvoldoende overtuigend om tot een bewezenverklaring te komen en vorderde vrijspraak. De verdediging bepleitte eveneens vrijspraak wegens gebrek aan overtuigend bewijs. De rechtbank sloot zich hierbij aan en sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde feit.
Daarnaast had een benadeelde partij een civiele schadevergoeding van €487,00 gevorderd. De rechtbank verklaarde deze partij niet-ontvankelijk omdat aan verdachte geen straf of maatregel was opgelegd en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht niet van toepassing was.
De uitspraak werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, met L.C.P. Goossens als voorzitter en I.D. Jacobs en M.J. Wasmann als rechters.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van witwassen wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.