Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.[naam eiser sub 1] ,
[naam eiser sub 2],
1.[naam gedaagde sub 1] ,
[naam gedaagde sub 2],
Rechtbank Gelderland
In deze civiele procedure tussen [eisende partij] en [gedaagde partij] heeft de rechtbank Gelderland op 27 september 2017 een aanvullend herstelvonnis gewezen. Dit vonnis betreft een aanvulling op het eerdere vonnis van 4 januari 2017, waarin de rechtbank verzuimd had te beslissen over de uitvoerbaarheid bij voorraad van bepaalde vorderingen.
De eisers in conventie, vertegenwoordigd door mr. R.H. van de Beeten, verzochten de rechtbank om alsnog te beslissen over de uitvoerbaarheid bij voorraad van de veroordeling in conventie. De gedaagden in conventie, vertegenwoordigd door mr. I.M.G. Bakker en mr. J.J. Degenaar, reageerden dat vanwege het ingestelde hoger beroep het onwenselijk was het vonnis reeds ten uitvoer te leggen, maar stemden in met een uitvoerbaar bij voorraad verklaring voor het vonnis in reconventie.
De rechtbank oordeelde dat het verzuim om op deze onderdelen te beslissen hersteld kon worden, ook al was hoger beroep ingesteld. Partijen kunnen immers via artikel 351 Rv Pro schorsing van de tenuitvoerlegging vorderen. Daarom werd het verzoek toegewezen en werd het vonnis van 4 januari 2017 aangevuld met bepalingen die de uitvoerbaarheid bij voorraad van de vorderingen in conventie en reconventie verklaren.
De beslissing werd opgenomen in de minuut van het eerdere vonnis en partijen werden gelast de grosse of afschrift van het vonnis na ontvangst te retourneren aan de griffie. Het vonnis werd uitgesproken door mr. J.A.M. Strens-Meulemeester.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de vorderingen in conventie en reconventie uitvoerbaar bij voorraad en herstelt daarmee het eerdere vonnis.