Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het schriftelijke verweer van de rechter van 4 augustus 2017;
- de overlegde pleitaantekeningen door de raadsman van verzoeker.
Rechtbank Gelderland
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die hem in een strafzaak zou behandelen, omdat deze rechter eerder betrokken was bij de berechting van een medeverdachte in een andere zaak. Verzoeker stelde dat uit eerdere uitspraken in die zaak bleek dat de rechter vooringenomen was jegens hem, wat een schending van het recht op een onpartijdige rechter zou betekenen.
De rechter verweerde zich door te stellen dat de zaken inhoudelijk en qua tijd voldoende van elkaar verschillen en dat zij haar oordeel zorgvuldig en afgebakend had geformuleerd om te voorkomen dat er een voorschot werd genomen op de zaak tegen verzoeker. De wrakingskamer oordeelde dat het enkele feit dat de rechter betrokken was bij de zaak van een medeverdachte niet leidt tot een gegronde vrees voor vooringenomenheid.
De wrakingskamer benadrukte het vermoeden van onpartijdigheid dat rechters toekomt en dat verzoeker concrete feiten en omstandigheden moet aanvoeren om het tegendeel te bewijzen. Het oordeel was dat de rechter in de eerdere zaak geen oordeel over de rechtspositie van verzoeker had gegeven en dat de overwegingen in het vonnis geen aanleiding geven tot het vermoeden van vooringenomenheid.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en de rechter mocht de strafzaak tegen verzoeker blijven behandelen. Tegen deze beslissing stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens gebrek aan concrete aanwijzingen voor vooringenomenheid.