Théa Pharma vordert in kort geding dat VGZ wordt verboden om Xalmono als preferent geneesmiddel met werkzame stof latanoprost aan te wijzen, en dat Monoprost volledig vergoed blijft. De vordering is gebaseerd op vermeende onrechtmatigheid wegens niet tijdig kunnen deelnemen aan de tender, wijziging van de scope van de inkoopprocedure en twijfel over de deugdelijkheid van Xalmono.
De rechtbank stelt vast dat VGZ een private inkoopprocedure voerde waarbij aanbestedingsregels niet van toepassing zijn en dat Théa Pharma tijdig is geïnformeerd over de tender en herinnerd is aan het inloggen. Het niet kunnen inloggen is onvoldoende onderbouwd als onrechtmatig handelen van VGZ. De vermeende wijziging van de scope betrof een verduidelijking conform de PRK-clusterindeling en was tijdig gecommuniceerd.
Wat betreft de deugdelijkheid van Xalmono baseert VGZ zich op een rapport van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen en adviezen van het Zorginstituut en minister, die de handelsvergunning en preferentie ondersteunen. De rechtbank oordeelt dat onvoldoende aannemelijk is dat Xalmono ondeugdelijk is. De vorderingen worden daarom afgewezen en Théa Pharma wordt veroordeeld in de proceskosten.