Uitspraak
[verzoeker]
Stichting Katholieke Universiteit
Radboud Universitair Medisch Centrum
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een verzoek van [verzoekster], beheerder van de nalatenschap van haar overleden echtgenoot, tegen RadboudUMC wegens vermeende onzorgvuldige medische behandeling tijdens opname in maart 2013. [Verzoekster] stelt diverse concrete verwijten aan RadboudUMC, waaronder te late opname, medicatiefouten, onvoldoende behandeling van epileptische aanvallen en niet-naleving van palliatieve wensen.
De kantonrechter beoordeelt eerst zijn bevoegdheid en concludeert dat, nu [verzoekster] afstand doet van vorderingen boven € 25.000, de kantonrechter bevoegd is de zaak te behandelen. Vervolgens wordt inhoudelijk vastgesteld dat de feiten en omstandigheden betwist zijn en dat zonder deskundigenonderzoek geen oordeel kan worden gegeven over de gegrondheid van de verwijten en de omvang van de schade.
De kantonrechter overweegt dat de benodigde tijd en moeite voor een deskundigeninstructie niet in verhouding staan tot de kans op een vaststellingsovereenkomst. Daarom wordt het verzoek afgewezen op grond van artikel 1019z Rv. Ten aanzien van de kosten wordt geen vergoeding toegekend omdat de procedure volstrekt onnodig is ingesteld gezien de gebrekkige onderbouwing en het bekende verweer van RadboudUMC.
De beschikking wordt uitgesproken door kantonrechter T.P.E.E. van Groeningen op 30 mei 2017.
Uitkomst: Het verzoek tot aansprakelijkheid RadboudUMC wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en onnodige procedure.