Hiltra Barneveld B.V. en Sekisui Alveo B.V. zijn in geschil over de montage van een systeemhal op een door een derde gelegde ondeugdelijke fundering. Hiltra vordert betaling van facturen, terwijl Sekisui betaling opschort en Hiltra aansprakelijk stelt wegens schending van de waarschuwingsplicht en ondeugdelijk werk.
De rechtbank stelt vast dat het fundament niet conform de eisen was aangelegd en dat montage toch heeft plaatsgevonden. De kern van het geschil is of Hiltra, via haar onderaannemer BOS, Sekisui tijdig en adequaat heeft gewaarschuwd voor de gebreken van het fundament en de mogelijke gevolgen daarvan.
Hiltra stelt dat BOS op 17 februari 2016 heeft gewaarschuwd en dat Sekisui daarna akkoord is gegaan met voortzetting van de montage. Sekisui bestrijdt dit en stelt dat er geen sprake was van oplevering, noch van een geldige waarschuwing. De rechtbank oordeelt dat de waarschuwingsplicht van Hiltra niet door de algemene voorwaarden is uitgesloten en draagt Hiltra op dit bewijs te leveren.
Indien Hiltra hierin slaagt, komt het risico van de gebreken voor rekening van Sekisui. Indien niet, is Hiltra aansprakelijk voor de gevolgen van montage op een ondeugdelijk fundament. De rechtbank houdt verdere beslissing aan en bepaalt de procedure voor bewijslevering middels getuigenverhoor.
De zaak wordt voortgezet met een getuigenverhoor om vast te stellen of de waarschuwingsplicht is nagekomen, waarna een definitieve uitspraak zal volgen.