Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling van het geschil
€ 15.000,00
Rechtbank Gelderland
Norah B.V. vordert in kort geding dat [Gedaagde] wordt veroordeeld tot het staken van het gebruik van de handelsnamen Norah en Norah Plastics en het gebruik van de domeinnamen die deze namen bevatten. Tevens vordert Norah overdracht van deze domeinnamen en doorhaling van een door [Gedaagde] geregistreerd beeldmerk. Het geschil betreft de vraag wie gerechtigd is tot het voeren van deze handelsnamen en merken.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is, ondanks dat de handelsnamen ook in België worden gebruikt, omdat de Belgische vennootschap geen partij is. Er bestaat echter onduidelijkheid over wie de rechthebbende is van de handelsnamen, mede doordat Norah Beheer B.V., een niet-eiseres, mogelijk de rechthebbende is. Ook is onduidelijk welke partij de naam Norah eerst gebruikte.
Ten aanzien van het merkenrecht wijst de voorzieningenrechter op het oudere beeldmerk van [Gedaagde], dat ouder is dan de woordmerken van Norah. Gezien de verstrekkende gevolgen van toewijzing en de onduidelijkheid over de feiten en rechten, is een bodemprocedure noodzakelijk. De vorderingen worden daarom afgewezen en Norah wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van Norah worden afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en onduidelijkheid over rechthebbende rechten.