Eiseres woont in een plaats waar haar kinderen aanvankelijk naar een lokale basisschool gingen, die in 2013 sloot. Sinds het schooljaar 2013-2014 gaan de kinderen naar een school in een andere plaats, waarvoor zij de veerpont moet gebruiken. In april 2015 moest de dochter van eiseres overstappen naar een speciale basisschool in die andere plaats, wat extra kosten met zich meebrengt. Het college kende voor het schooljaar 2014-2015 een kilometervergoeding toe op basis van een hardheidsclausule, maar voor 2015-2016 alleen als de veerpont niet vaart.
De rechtbank oordeelde dat het college het besluit niet goed had gemotiveerd, omdat de situatie van eiseres in beide jaren gelijk was. Ondanks een gelegenheid tot nadere motivering bleef de uitleg van het college onbegrijpelijk en onvoldoende. De rechtbank stelde vast dat ook in 2015-2016 sprake was van een schrijnend geval en dat de hardheidsclausule had moeten worden toegepast.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en kende eiseres de kilometervergoeding toe voor het gehele schooljaar 2015-2016, ongeacht het varen van de veerpont. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiseres.