ECLI:NL:RBGEL:2017:3143
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige daad gemeente door niet betrekken belanghebbende bij besluitvorming met schadevergoeding
In deze civiele zaak vordert de gemeente Berg en Dal betaling van de koopsom van €1.600.000,- van de gedaagde BV, welke toewijsbaar is. Tegelijkertijd vordert de gedaagde schadevergoeding wegens onrechtmatige daad van de gemeente omdat zij niet is betrokken bij besluitvorming die de verhuurmogelijkheden van Vestia verruimde, wat concurrentie veroorzaakte met haar koopwoningen.
De rechtbank stelt vast dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld door de gedaagde niet te betrekken bij het besluit van 23 juni 2015. De vraag of er een causaal verband is tussen dit besluit en de schade van de gedaagde wordt nog nader vastgesteld. De gemeente betoogt dat zij hoe dan ook tot hetzelfde besluit had moeten komen, onder meer omdat de juridische positie tegenover Vestia zwak was en de verkoop van woningen van de gedaagde voorspoedig verliep.
De gedaagde betwist dit en legt documenten over waaruit blijkt dat de gemeente zich bewust was van het belang van de gedaagde bij de huurbeperkingen met Vestia en dat zij zich tot april 2015 op het standpunt stelde dat Vestia zich aan de overeenkomst moest houden. De rechtbank acht aannemelijk dat de gemeente haar koers zou hebben gewijzigd als zij de gedaagde vooraf had gehoord.
De rechtbank veroordeelt de gedaagde tot betaling van de koopsom aan de gemeente en veroordeelt de gemeente tot vergoeding van de schade die de gedaagde mogelijk heeft geleden door het onrechtmatige besluit, welke schade op te maken is bij staat. Proceskosten worden verdeeld conform de uitkomst van de procedure.
Uitkomst: De gemeente wordt veroordeeld tot schadevergoeding wegens onrechtmatige daad, en de gedaagde tot betaling van de koopsom.