Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- een brief namens verzoeker gericht aan partijen van 14 maart 2017.
- de schriftelijke reacties van partijen van 20 maart 2017 en 30 maart 2017.
- het schriftelijke verschoningsverzoek van 2 mei 2017.
Rechtbank Gelderland
In deze zaak heeft mr. J.R. Veerman, rechter in een lopende procedure tussen Stichting Wageningen Research en een andere partij, verzocht om zich te mogen verschonen. De reden hiervoor is dat zijn echtgenote recentelijk een dienstverband is aangegaan met Stichting Wageningen Research of een daaraan verbonden rechtspersoon, een partij in de zaak waarin hij als rechter optreedt.
De rechtbank overweegt dat een rechter geacht wordt onpartijdig te zijn, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die een zwaarwegende aanwijzing vormen voor mogelijke vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor bij de rechtzoekende. Ook de schijn van partijdigheid is relevant en kan aanleiding geven tot verschoning.
Gezien het dienstverband van de echtgenote bij een partij in de procedure, kan de schijn van partijdigheid ontstaan. Dit is een omstandigheid die rechtvaardigt dat de rechter zich van behandeling van de zaak onthoudt. De rechtbank wijst daarom het verzoek tot verschoning toe.
De beschikking is gegeven door de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank Gelderland, bestaande uit de rechters H.P.M. Kester-Bik, M.J. van Lee en A. Tegelaar, en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van mr. J.R. Veerman wordt toegewezen wegens schijn van partijdigheid.