De rechtbank Gelderland behandelde het beroep van omwonenden tegen de omgevingsvergunning voor de realisatie van een groot bedrijfsgebouw met 224 parkeerplaatsen en twee uitritten op een perceel in het bedrijvenpark Medel. Eisers voerden onder meer aan dat onvoldoende parkeercapaciteit was voorzien, het uiterlijk van het gebouw niet voldeed aan redelijke eisen van welstand, en dat de landschappelijke inpassing onvoldoende was geregeld.
De rechtbank oordeelde dat de parkeercapaciteit adequaat was onderbouwd door een deskundigenrapport van Goudappel-Coffeng en dat het welstandsadvies van het Gelders Genootschap terecht aan het besluit ten grondslag lag. Het inpassingsplan, dat dezelfde bouwmogelijkheden biedt als de vergunning, was inmiddels onherroepelijk geworden, waardoor het beroep tegen het afwijken van het bestemmingsplan geen procesbelang meer had.
Wel stelde de rechtbank vast dat het vergunningvoorschrift over de landschappelijke inpassing niet overeenkomt met de voorwaardelijke verplichting in het inpassingsplan en daardoor strijdig is met een goede ruimtelijke ordening. Daarom werd dit voorschrift vernietigd en vervangen door een voorschrift conform het inpassingsplan. De overige beroepsgronden, waaronder die over externe veiligheid en richtafstanden, faalden. De rechtbank gelastte vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers.