De werknemer heeft een verzoek ingediend tot betaling van een transitievergoeding van €7.106,- bruto wegens beëindiging van de arbeidsovereenkomst met Botobe B.V. De werkgever heeft dit verzoek betwist en een tegenverzoek ingediend op basis van de overbruggingsregeling, waarbij zij een lagere vergoeding vorderde. De kantonrechter heeft het verweer van Botobe dat toekenning van de transitievergoeding onaanvaardbaar zou zijn wegens de slechte financiële positie van de werkgever verworpen.
De kantonrechter benadrukte dat de transitievergoeding in beginsel wettelijk toekomt aan de werknemer en dat financiële omstandigheden van de werkgever geen grond zijn om deze te weigeren. Tevens wees de rechter het verweer af dat het UWV ten onrechte de overbruggingsregeling niet had toegepast, omdat dit niet ter beoordeling stond in deze procedure.
Het tegenverzoek van Botobe werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de wettelijke vervaltermijn van drie maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst was ingediend. De arbeidsovereenkomst eindigde op 1 oktober 2016, terwijl het tegenverzoek pas op 27 januari 2017 werd ontvangen. Botobe werd veroordeeld tot betaling van de transitievergoeding met wettelijke rente en in de proceskosten, terwijl de werknemer werd vrijgesteld van proceskosten.