ECLI:NL:RBGEL:2017:1816
Rechtbank Gelderland
- Wraking
- T.P.E.E. van Groeningen
- L. van Gijn
- S. Djebali
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens onvoldoende aanwijzingen voor rechterlijke vooringenomenheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter in een bestuursrechtelijke zaak, stellende dat de rechter bij aanvang van de zitting haar oordeel al had gevormd en verzoeker onvoldoende gelegenheid had gegeven zijn standpunt toe te lichten.
De rechtbank onderzocht vijf concrete feiten die verzoeker aanvoerde, waaronder prikkelende vraagstelling door de rechter, het niet ongestoord kunnen betogen door de gemachtigde en het voortijdig sluiten van de behandeling. Verzoeker stelde dat deze gedragingen duidden op vooringenomenheid en schending van het beginsel van hoor en wederhoor.
De rechtbank overwoog dat de wrakingsprocedure alleen kan slagen bij zwaarwegende aanwijzingen voor rechterlijke vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. De prikkelende vraagstelling werd gezien als een poging van de rechter om de kern van de zaak te benadrukken, waarbij verzoeker voldoende gelegenheid had gereageerd.
Ook was er geen sprake van schending van het hoor en wederhoor, aangezien de gemachtigde van verzoeker meerdere malen het woord kreeg en zijn standpunten kon toelichten. De rechtbank concludeerde dat de gedragingen van de rechter geen aanleiding geven tot het oordeel dat zij vooringenomen was.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en de rechterlijke onpartijdigheid bevestigd. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.