ECLI:NL:RBGEL:2017:1245
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Werkgever handelt in strijd met artikel 7:761 BW; billijke vergoeding toegekend zonder transitievergoeding
De werknemer was sinds 1994 in dienst bij Arkema B.V. als operator en verdiende een bruto maandsalaris van €2.884,36. In de jaren voorafgaand aan het incident van november 2016 werd hij herhaaldelijk gewezen op het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s), maar hij gebruikte deze onvoldoende. Op 3 november 2016 kreeg de werknemer een chemische stof in zijn oog, waarna hij op non-actief werd gesteld en de arbeidsovereenkomst per 1 januari 2017 werd opgezegd.
De werknemer verzocht de kantonrechter om toekenning van een billijke vergoeding wegens onregelmatige opzegging, een schadevergoeding voor het niet in acht nemen van de opzegtermijn, en de transitievergoeding. De werkgever erkende de onregelmatigheid van de opzegging en betaalde een deel van de schadevergoeding, maar betwistte de transitievergoeding en billijke vergoeding.
De kantonrechter oordeelde dat de werkgever in strijd met artikel 7:761 BW Pro had opgezegd en daarom een billijke vergoeding verschuldigd was. De transitievergoeding werd echter afgewezen omdat het handelen van de werknemer ernstig verwijtbaar was door het niet dragen van beschermingsmiddelen, wat het incident veroorzaakte. De billijke vergoeding werd vastgesteld op één maandsalaris plus pensioenschade, begroot op €3.250 bruto. Tevens werd de schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging toegewezen en werd de werkgever veroordeeld tot het verstrekken van een gespecificeerde opgave van niet-genoten vakantie-uren en vakantiebijslag.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van billijke vergoeding en schadevergoeding, maar transitievergoeding wordt afgewezen wegens ernstig verwijtbaar handelen door werknemer.