ECLI:NL:RBGEL:2016:803
Rechtbank Gelderland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na mondelinge uitspraak op eerder wrakingsverzoek
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen een rechter, dat op 8 februari 2016 ter zitting werd behandeld. Verzoeker was niet aanwezig en had volgens de wrakingskamer niet tijdig kenbaar gemaakt dat hij te laat zou zijn of een wrakingsverzoek wilde indienen.
Na de mondelinge uitspraak op het eerste wrakingsverzoek diende verzoeker telefonisch een tweede wrakingsverzoek in tegen de leden van de wrakingskamer. De rechtbank oordeelde dat dit verzoek niet-ontvankelijk is omdat het niet tijdig is ingediend, namelijk pas na de uitspraak op het eerdere verzoek.
De wrakingskamer baseerde zich op vaste jurisprudentie van de Hoge Raad die stelt dat een wrakingsverzoek tijdig moet zijn ingediend voordat uitspraak wordt gedaan, zodat rechters nog kennis kunnen nemen van het verzoek. Omdat dit niet het geval was, werd het verzoek afgewezen.
De rechtbank verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk en liet de inhoudelijke gronden van het verzoek verder onbesproken. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het na mondelinge uitspraak op het eerdere wrakingsverzoek is ingediend.