In paragraaf 3.5.2 is duidelijk geworden dat in de feitelijke situatie in 2011 een besparing op de personeelskosten kon worden gerealiseerd, die in verband is te brengen met de afname van de productie ten opzichte van 2010, maar de besparing was niet volledig evenredig met de verminderde productie. Er is dus enige aanleiding om van een vaste personele (over-)capaciteit uit te gaan, die in 2011 beter benut zou zijn wanneer in de maanden november en december, bovenop de feitelijke productie, nog eens 2.995 uren extra gerealiseerd zouden worden.
Bij het beoordelen van de inzetbare overcapaciteit in de maanden november en december 2011 gebruiken we de informatie uit loonstaten die door FSN na het concept rapport beschikbaar zijn gesteld. In november 2011 waren 19 personen werkzaam binnen FSP, in december 2011 waren dit er 22. Als men ervan uitgaat dat na de inwerkperiode in 2009 en 2010 door deze ervaren werknemers gemiddeld het aantal uren werd gedeclareerd wat in de maanden januari tot en met april werd gerealiseerd (wat hoger was dan het gemiddelde in 2009 en 2010), van 60,75, dan was er een capaciteit aanwezig voor respectievelijk 1.154 declarabele uren in november en nog eens 1.337 declarabele uren in december. Feitelijk realiseerden zij respectievelijk 864 en 472 uren in deze maanden. Er was dus een overcapaciteit beschikbaar van 290 uren in november en 865 in december.
(…)
De combinatie van nieuw personeel en nieuwe dossiers vormt aanleiding om te verwachten dat de arbeidsproductiviteit voor deze nieuwe werknemers opnieuw relatief laag zal zijn, zoals deze ook in 2009 en 2010 laag was (45 à 46 declarabele uren per werknemer per maand). Een deel van de werknemers (75 %) is echter al ingewerkt en realiseerde in de eerste maanden van 2012 een hogere productie van 60,75 declarabele uren per maand. We houden er rekening mee dat het gewogen gemiddelde ongeveer 57,1 declarabele uren per persoon per maand bedraagt.
De beschikbare productiecapaciteit, waarvoor FSP in de eerste drie maanden personeelskosten maakte, zou derhalve ongeveer 4.109 uren kunnen realiseren. Om de totale productie van 26.956 uren te kunnen realiseren, moet dus nog extra personeel worden aangetrokken dat ongeveer 22.847 uren kan verwerken.
Een deel van deze productie zou door de 18 ervaren en ingewerkte werknemers gerealiseerd kunnen worden in de maanden april tot en met september. Uitgaande van de hogere arbeidsproductiviteit van deze werknemers van 60,75 declarabele uren per maand, kunnen deze in zes maanden nog 6.561 declarabele uren verwerken. De kosten voor deze 18 werknemers in de maanden april-september zijn tezamen te begroten op PhP 5.258.160. De overige 16.286 uren moeten in 2012 dan door nieuwe, onervaren werknemers worden verwerkt. Er rekening mee houdend dat deze gemiddeld een arbeidsproductiviteit realiseren die binnen FSP in 2009 en 2010 werd behaald van 46 declarabele uren per maand, zijn er dan 354 maanden te verlonen voor deze nieuwe werknemers. (…)
Ten opzichte van de feitelijke situatie is dus te verwachten dat FSP in 2012 nog extra personeelskosten zou maken ter grootte van PhP 22.495.609 voor nieuwe en ervaren werknemers tezamen.
In deze raming is zowel rekening gehouden met de reeds aanwezige productiecapaciteit, die niet ten volle is ingezet, en is een norm gehanteerd voor de gemiddelde arbeidsproductiviteit per werknemer die aansluit bij de ervaringscijfers in de periode 2009-2010.