De rechtbank Gelderland behandelde de vordering van het Openbaar Ministerie tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie van 165 dagen met bijzondere voorwaarden. De veroordeelde had zich niet gehouden aan de voorwaarden, zoals deelname aan begeleidingstrajecten en het melden bij de William Schrikker Groep.
Hoewel de veroordeelde in hoger beroep was gegaan tegen het vonnis, was er geen verzoek tot opheffing van de dadelijke uitvoerbaarheid ingediend, waardoor de rechtbank uitging van directe uitvoerbaarheid. De rechtbank oordeelde dat de overtredingen van de voorwaarden voldoende waren om tenuitvoerlegging te rechtvaardigen, maar hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde en de noodzaak van verdere begeleiding.
Daarom werd slechts een gedeelte van de jeugddetentie, namelijk 75 dagen, ten uitvoer gelegd, terwijl het overige deel van de vordering werd afgewezen. De rechtbank benadrukte het belang van motivatie voor 24-uurs zorg zoals voorgesteld door de begeleiding.