ECLI:NL:RBGEL:2016:465
Rechtbank Gelderland
- Wraking
- T.P.E.E. van Groeningen
- M.C. van der Mei
- M.J.C. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van het verzoek tot wraking van de kantonrechter in civiele procedure
In deze civiele wrakingsprocedure heeft verzoeker tijdens de behandeling van zijn zaak op 10 december 2015 mondeling een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter. Het verzoek betrof twee gronden: het honoreren van een uitstelverzoek van de wederpartij en het toelaten van laat ingebrachte stukken, waardoor verzoeker zich in een achterstandspositie zou bevinden.
De wrakingskamer heeft overwogen dat wraking alleen mogelijk is bij concrete feiten die wijzen op vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. De eerste grond was niet tijdig ingebracht en daarom niet-ontvankelijk. De tweede grond, hoewel een negatieve procesbeslissing, was niet zo onbegrijpelijk dat deze duidde op partijdigheid. Ook het toelaten van stukken kort voor de zitting bood geen grond voor wraking.
De wrakingskamer concludeerde dat verzoeker geen concrete feiten had gesteld die een schijn van partijdigheid opleverden. Het verzoek werd daarom deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige afgewezen. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Verzoek tot wraking is deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige afgewezen wegens gebrek aan concrete feiten die onpartijdigheid aantonen.