ECLI:NL:RBGEL:2016:4453
Rechtbank Gelderland
- Wraking
- M.C. van der Mei
- L. van Gijn
- F.J.H. Hovens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens ontbreken van feiten die onpartijdigheid rechter aantonen
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter wegens vermeende schijn van partijdigheid, omdat de rechter een zittingsdatum had vastgesteld in een kort geding tegen de Rabobank. Verzoeker stelde dat hierdoor de wederpartij de gelegenheid kreeg om verweer te voeren in een zaak waarin volgens hem de Rabobank onrechtmatig had gehandeld.
De rechter gaf aan geen enkele bemoeienis met de zaak te hebben gehad, niet betrokken te zijn bij de planning en het dossier nog niet te hebben ingezien. De wrakingskamer benadrukte dat wraking alleen mogelijk is bij concrete feiten of omstandigheden die wijzen op vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor.
Omdat verzoeker geen feiten of omstandigheden aandroeg die de onpartijdigheid van de rechter aantasten, en het vaststellen van een zittingsdatum op zichzelf geen schijn van partijdigheid creëert, werd het wrakingsverzoek afgewezen. De wrakingskamer deed de uitspraak op 23 mei 2016 en motiveerde deze schriftelijk op 30 mei 2016.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is afgewezen wegens ontbreken van concrete feiten die onpartijdigheid aantonen.