Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 27 mei 2015
- het proces-verbaal van comparitie van 8 juli 2015.
2.De feiten
3.Het geschil
5.160,00(2,0 punten × tarief € 2.580,00)
Rechtbank Gelderland
Vebra en TEC sloten een samenwerkingsovereenkomst waarbij Vebra geldleningen verstrekte aan TEC. Na het uitblijven van rente- en aflossingsbetalingen sloegen partijen in 2014 een vaststellingsovereenkomst over de openstaande leningen en rente. Vebra leverde een onroerende zaak als betaling van rente en stelde TEC in gebreke voor de hoofdsom.
TEC betaalde niet, waarna Vebra de rechtbank verzocht TEC te veroordelen tot betaling van €907.492,- plus rente en kosten. TEC betwistte de opeisbaarheid en stelde dat de hoofdsom was bevroren, maar kon dit niet onderbouwen.
De rechtbank oordeelde dat de leningen waren opgezegd en opeisbaar waren, dat geen reden bestond voor uitstel van betaling op grond van art. 7A:1797 BW, en dat TEC de verplichtingen uit de vaststellingsovereenkomst moest nakomen. De vordering werd toegewezen, buitengerechtelijke kosten afgewezen, en TEC veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: TEC wordt veroordeeld tot betaling van €907.492,- plus rente en proceskosten zonder uitstel van betaling.