ECLI:NL:RBGEL:2016:1932
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onterechte intrekking en terugvordering van WGA-uitkering wegens niet-erkende inkomsten in Oostenrijk
Eiser, werkzaam als verkoopadviseur, ontving een WGA-uitkering die door het UWV werd herzien en deels ingetrokken wegens vermeende niet-gemelde inkomsten uit werkzaamheden in Oostenrijk in 2011. Verweerder stelde dat eiser inkomsten had uit werkzaamheden voor verschillende bedrijven en legde een boete op.
Eiser betwistte de intrekking en terugvordering over de periode van 24 januari tot 31 oktober 2011 en voerde aan dat hij in die periode geen inkomsten had, ondersteund door medische verklaringen, bankafschriften en een verzekeringsuittreksel uit Oostenrijk. De rechtbank oordeelde dat eiser aannemelijk had gemaakt geen inkomsten te hebben gehad en dat de intrekking en terugvordering ten onrechte waren opgelegd.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover het betrekking had op de intrekking, terugvordering en boete over deze periode, en beval een nieuw besluit waarbij het recht op uitkering wordt herzien en een passende boete wordt opgelegd. Tevens veroordeelde de rechtbank verweerder in de proceskosten en vergoedde het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking, terugvordering en boete wordt vernietigd voor de periode 24 januari tot 31 oktober 2011.