ECLI:NL:RBGEL:2016:1884
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding paardrijden als begeleiding binnen het persoonsgebonden budget AWBZ
Eiser, een minderjarige met een chromosomale afwijking en spierzwakte, beschikte over een indicatie voor begeleiding binnen de AWBZ en ontving daarvoor een persoonsgebonden budget (pgb). Verweerder bracht kosten van €51,- voor paardrijden in mindering op het pgb omdat deze zorg niet als AWBZ-begeleiding werd aangemerkt.
Eiser stelde dat paardrijden noodzakelijk is voor zijn motorische ontwikkeling en zelfredzaamheid, waarbij hij begeleiding ontvangt bij het oefenen van vaardigheden en het plannen van taken. Ter onderbouwing overlegde hij een brief van een kinderfysiotherapeut.
De rechtbank overwoog dat begeleiding binnen de AWBZ gericht moet zijn op het bevorderen van zelfredzaamheid en niet op maatschappelijke participatie of vrijetijdsbesteding. Paardrijden wordt volgens de vergoedingenlijst AWBZ aangemerkt als vrijetijdsbesteding. Er was geen zorgplan of zorgovereenkomst die aangaf dat de begeleiding specifiek gericht was op het oefenen van vaardigheden.
Daarom concludeerde de rechtbank dat de kosten van paardrijden terecht niet ten laste van het pgb konden worden gebracht en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat kosten voor paardrijden niet ten laste van het pgb kunnen worden gebracht.