Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het schriftelijke wrakingsverzoek van 25 januari 2016
- het schriftelijke verweer van de rechter van 5 februari 2016
- de reactie hierop van verzoekster van 15 februari 2016.
Rechtbank Gelderland
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen mr. Van Schagen, voorzieningenrechter in een bestuursrechtelijke zaak tegen het Zorginstituut Nederland. Het verzoek richtte zich op vermeende administratieve handelingen en vermeende schendingen van mensenrechten, waaronder het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
De rechtbank overwoog dat wraking alleen mogelijk is indien er concrete feiten of omstandigheden zijn die wijzen op rechterlijke vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. Omdat de rechter nog niet met de inhoudelijke behandeling was begonnen en de aangevoerde gronden administratief van aard waren zonder betrekking op de persoon van de rechter, werd het verzoek afgewezen.
De rechtbank benadrukte het vermoeden van onpartijdigheid dat aan rechters toekomt en stelde dat het wrakingsverzoek onvoldoende concreet en aannemelijk was. De beschikking werd in het openbaar uitgesproken en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de voorzieningenrechter wordt afgewezen wegens gebrek aan concrete aanwijzingen voor vooringenomenheid.