Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.mr. I.C.J.I.M. van Dorp,
mr. M.C.J. Heessels,
Rechtbank Gelderland
Verzoeker, gedaagde in een kantonzaak, diende een wrakingsverzoek in tegen twee kantonrechters wegens vermeende schending van een juridisch juist procesverloop en het niet beantwoorden van zijn vragen. Verzoeker stelde dat stukken niet waren ondertekend en dat hij zich niet gehoord voelde, wat zou duiden op vooringenomenheid.
De kantonrechters berusten niet in het wrakingsverzoek en verschenen niet bij de wrakingszitting. De wrakingskamer overwoog dat het ontbreken van handtekeningen onder verweerschriften niet leidt tot niet-ontvankelijkheid en dat de verweerschriften geldig zijn ingediend.
De wrakingskamer benadrukte het vermoeden van onpartijdigheid van rechters en oordeelde dat verzoeker onvoldoende concrete feiten had aangevoerd die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigen. De processen-verbaal toonden dat de kantonrechters adequaat toezicht hielden op het proces en vragen van verzoeker niet onbeantwoord lieten.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen uitzonderlijke omstandigheden zijn die wraking rechtvaardigen en wees het verzoek af. De beslissing werd openbaar uitgesproken op 7 november 2016 door de wrakingskamer van de rechtbank Gelderland.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechters is afgewezen wegens het ontbreken van gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.