Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
2.De verdere beoordeling
2.682,00(3,0 punten × tarief € 894,00)
Rechtbank Gelderland
In deze civiele procedure tussen Harap-Sadja B.V. en Agricontanti B.V. staat centraal of een geldlening op elk moment zonder opgaaf van redenen direct opeisbaar is. De rechtbank concludeert dat de schriftelijke geldleningsovereenkomst tussen partijen onbevoegd is gesloten door een bestuurder die niet bevoegd was namens Agricontanti te tekenen. Tevens is niet gebleken dat deze overeenkomst achteraf is bekrachtigd.
Harap-Sadja heeft onvoldoende bewijs geleverd dat partijen overeenkwamen dat de lening direct opeisbaar was. De rechtbank past daarom artikel 7A:1797 BW toe om het redelijke moment van terugbetaling te bepalen, waarbij rekening wordt gehouden met de relatie tussen partijen, de financiële situatie en de aard van de lening.
De lening werd verstrekt in 2012 en voor het eerst opgeëist in januari 2015. Partijen waren bevriend en hadden verenigbare belangen, maar na het ontslag van een bestuurder verslechterde de relatie. De lening lijkt bedoeld voor lange termijn investeringen, met een uiterlijke aflossingstermijn in 2027. De rechtbank bepaalt dat Agricontanti de lening in twee termijnen moet terugbetalen, uiterlijk eind 2015 en medio 2016, vermeerderd met contractuele rente. Proceskosten worden aan Agricontanti opgelegd.
Uitkomst: Agricontanti moet de lening in twee termijnen terugbetalen met rente, omdat de overeenkomst onbevoegd is gesloten en niet direct opeisbaar is.