ECLI:NL:RBGEL:2015:7233
Rechtbank Gelderland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek kantonrechter wegens ontbreken van vooringenomenheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter vanwege vermeende vooringenomenheid tijdens een mondelinge behandeling op 14 oktober 2015. Verzoeker stelde dat de kantonrechter zijn advocaat op onaangename wijze onderbrak, niet luisterde, en een vooringenomen houding aannam, onder meer door een misplaatste opmerking over het belang van verzoeker.
De kantonrechter ontkende vooringenomenheid en lichtte toe dat zijn vragen bedoeld waren om het betoog te begrijpen en dat hij de uitspraak al aankondigde om verzoeker te stimuleren zich voor te bereiden op de ontruiming. De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek tijdig was ingediend en dat de kantonrechter zijn regierol op de zitting correct had uitgeoefend.
De wrakingskamer concludeerde dat geen uitzonderlijke omstandigheden aanwezig waren die een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid opleverden. De klachten over houding en lichaamstaal waren onvoldoende concreet. De aankondiging van de voorgenomen beslissing aan het einde van de zitting werd niet als vooringenomenheid beoordeeld.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en de procedure hervat in de stand van vóór het verzoek.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de kantonrechter is afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.