Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
Compensatie feestdagen
Rechtbank Gelderland
Verzoekster, voormalig bedrijfsleidster en taxichauffeur, was betrokken bij een arbeidsgeschil met haar voormalige werkgever over de financiële afwikkeling van haar arbeidsovereenkomst. De kantonrechter had de wederpartij van verzoekster meerdere malen de gelegenheid gegeven om aan een bewijsopdracht te voldoen betreffende het niet afdragen van rittenopbrengsten.
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter, stellende dat het herhaald toestaan van bewijslevering voor de wederpartij de schijn van partijdigheid wekte. De wrakingskamer overwoog dat een rechter uit hoofde van zijn functie wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat een wraking slechts kan worden toegewezen bij zwaarwegende aanwijzingen van vooringenomenheid.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek niet gegrond was omdat het verzoek feitelijk een rechterlijke beslissing betrof waartegen rechtsmiddelen openstaan, en dat de beslissing van de kantonrechter niet de schijn van vooringenomenheid wekte. Het verzoek tot wraking werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.