Uitspraak
[verdachte](hierna te noemen: veroordeelde),
Rechtbank Gelderland
De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van €113.362,26 wegens het inrichten van een hennepkwekerij. De zaak werd behandeld op 23 oktober 2015, waarbij verdachte verscheen met zijn raadsman.
De rechtbank nam kennis van het eerder gewezen vonnis en het rapport over de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De officier van justitie baseerde zich op meerdere oogsten, terwijl verdachte verklaarde slechts één keer te hebben geoogst en de opbrengst aan een derde had gegeven ter dekking van gemaakte kosten.
De rechtbank achtte de verklaring van verdachte geloofwaardig, mede omdat hij volledig had meegewerkt aan het onderzoek en geen verifieerbare tegenbewijs kon worden geleverd. Gezien het ontbreken van opbrengst uit meerdere oogsten wees de rechtbank de ontnemingsvordering af. De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: De rechtbank wijst de ontnemingsvordering af omdat verdachte slechts één oogst had zonder opbrengst.