ECLI:NL:RBGEL:2015:6601

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
26 oktober 2015
Publicatiedatum
27 oktober 2015
Zaaknummer
AWB - 15 _ 5871
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • R.J. Jue
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5:32a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening inzake begunstigingstermijn last onder dwangsom in strijd met bestemmingsplan

Op 23 september 2015 legde het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beuningen aan een derde-partij een last onder dwangsom op met een begunstigingstermijn die eindigde op 1 januari 2016. Verzoekster maakte bezwaar tegen de lengte van deze begunstigingstermijn en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

Tijdens de zitting op 26 oktober 2015 werd overwogen dat de begunstigingstermijn volgens artikel 5:32a, tweede lid, van de Awb slechts dient om de overtreder in de gelegenheid te stellen de last uit te voeren zonder dat de dwangsom wordt verbeurd. In dit geval kon de overtreding, het exploiteren van een bedrijfsoppervlak zonder vergunning in strijd met het bestemmingsplan, eenvoudig en direct worden beëindigd door het verwijderen van de tentoongestelde dierbenodigdheden en het staken van de verkoop.

De voorzieningenrechter oordeelde dat de oorspronkelijke begunstigingstermijn te lang was en niet diende om de herinrichting van het pand af te wachten. De organisatorische en financiële gevolgen voor de derde-partij konden geen reden zijn voor een langere termijn. Daarom werd de begunstigingstermijn teruggebracht tot twee weken na de uitspraak van 26 oktober 2015.

Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster en het betaalde griffierecht. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: De begunstigingstermijn voor de last onder dwangsom is teruggebracht tot twee weken na de uitspraak van 26 oktober 2015.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 15/5871

proces-verbaal van de voorzieningenrechter van

op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoekster], verzoekster

(gemachtigde: mr. A.P. Loo),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beuningente Beuningen, verweerder.
Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen:
[derde-partij]
(gemachtigde: mr. W. de Vis).

Procesverloop

Bij besluit van 23 september 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan de derde-partij een last onder dwangsom opgelegd met een begunstigingstermijn die eindigt op 1 januari 2016.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit voor zover het de begunstigingstermijn voor de last onder dwangsom betreft bezwaar gemaakt. Verzoekster heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 oktober 2015. Namens verzoekster is verschenen [naam 1], bijgestaan door mr. A.P. Loo. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.G.M. Foppele en D.W.T. van der Coelen. Namens de derde-partij is verschenen [naam 2], bijgestaan door mr. S. Grasboer, kantoorgenoot van mr. W. de Vis.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter;
schorst het bestreden besluit, uitsluitend voor zover het de begunstigingstermijn voor de last onder dwangsom betreft;
treft de voorlopige voorziening dat de begunstigingstermijn voor de last onder dwangsom wordt gesteld op twee weken na de uitspraak op 26 oktober 2015;
veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster ten bedrage van € 980;
gelast dat verweerder het door verzoekster betaalde griffierecht groot € 331 aan haar vergoedt.

Overwegingen

De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.
De voorzieningenrechter overweegt dat gelet op artikel 5:32a, tweede lid, van de Awb en vaste rechtspraak de begunstigingstermijn er slechts toe dient de overtreder in de gelegenheid te stellen de opgelegde last onder dwangsom uit te voeren zonder dat de dwangsom wordt verbeurd. In het onderhavige geval kan het gebruik zonder omgevingsvergunning in strijd met de bestemming – het exploiteren van een bedrijfsoppervlak van 550 m² voor de verkoop van dierbenodigdheden- eenvoudig en direct worden beëindigd door de tentoongestelde dierbenodigdheden te verwijderen en de verkoop van die artikelen te staken. Anders dan verweerder kennelijk heeft aangenomen, kan de begunstigingstermijn er niet toe dienen de derde-partij in de gelegenheid te stellen de herinrichting van het bedrijfspand af te wachten. Het feit dat het beëindigen van de exploitatie organisatorische en financiële gevolgen voor de derde-partij heeft, kan ook niet leiden tot een langere begunstigingstermijn. Deze gevolgen dienen voor rekening en risico van de derde-partij te blijven, die het pand zonder omgevingsvergunning in strijd met het bestemmingsplan gebruikt.
Gelet op het voorgaande is de gestelde begunstigingstermijn langer dan noodzakelijk om aan de last gevolg te geven, zodat geen sprake is van een reële begunstigingstermijn. De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat het bestreden besluit wegens strijd met artikel 5:32a, tweede lid, van de Awb geen stand zal kunnen houden. De voorzieningenrechter ziet hierin aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen.
Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, bepaalt de voorzieningenrechter dat verweerder aan verzoekster het door haar betaalde griffierecht vergoedt.
De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 980 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 490,- en een wegingsfactor 1).
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J. Jue, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.G.J. Litjens, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: 26 oktober 2015.
griffier
voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.