Eiseres was sinds 1 februari 2010 geïndiceerd voor huishoudelijke hulp van 6 uur en 15 minuten per week op grond van de Wmo 2007. De gemeente Barneveld beëindigde deze hulp per 23 maart 2015, omdat zij vanaf 1 januari 2015 een algemene voorziening voor huishoudelijke hulp beschikbaar stelde. Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard, waarna zij beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank stelde vast dat ten tijde van het primaire besluit geen algemene voorziening beschikbaar was en dat de gemeente vooruitliep op de toekomstige invoering van de Wmo 2015. Hierdoor handelde de gemeente in strijd met het legaliteitsbeginsel door het reeds toegekende recht op hulp bij het huishouden in te trekken.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit, waardoor eiseres haar recht op huishoudelijke hulp behoudt. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres.