Uitspraak
[verdachte]
2.Het onderzoek ter terechtzitting
rij die kant op anders maak ik je kapot, want ik heb een pistoolstond verdachte náást de scooter. Hoewel de rechtbank niet uitsluit dat verdachte aanvankelijk zowel [slachtoffer 2], als de scooter wilde meenemen (verklaring verdachte bij de rechter-commissaris), had [slachtoffer 2] zich op het moment dat verdachte nog niet op de scooter zat, kunnen onttrekken. Er was op dat moment dus geen sprake van een begin van een dreigende situatie waaraan [slachtoffer 2] zich niet kon onttrekken. Toen [slachtoffer 2] niet meewerkte heeft verdachte hem aan zijn rechter bovenarm vastgepakt om hem van de scooter te trekken, aldus [slachtoffer 2]. Ook verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de scooter wilde afpakken door aangever van de scooter af te duwen en aan hem te trekken. Hieruit volgt dat het opzet van verdachte op dat moment niet (meer) gericht was op het wederrechtelijk beroven van de vrijheid van [slachtoffer 2], maar op het wegnemen van de scooter. Nu de verklaring van aangever met betrekking tot het overige geweld en het uiten van enige dreigende woorden voldoende steun vindt in de getuigenverklaringen van [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] en verdachte ook zelf bij de politie over het geven van een klap heeft verklaard, acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot diefstal met zowel geweld als bedreiging met geweld.
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De motivering van de sanctie(s)
- Eén broek, kleur blauw;
- Eén shirt (sport), kleur blauw;
- Eén broek van het merk Nike;
- Eén shirt (Coolcat), kleur zwart;
- Eén sok, kleur zwart;
- Eén tijdschrift;
- Eén tas (H & M), kleur wit;
- Eén paar schoeisel van het merk Prada, kleur zwart.
- [slachtoffer 1] (feit 1): € 850,00;
- [slachtoffer 3] (feiten 3 en 4): € 1300,00;
- [slachtoffer 4] (feit 4): € 366,29.
7.De toegepaste wettelijke bepalingen
8.De beslissing
- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer 3], te betalen € 450,00 (vierhonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 juli 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.
- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.
- Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.
De beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling
tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) wekenvoorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te ‘s-Hertogenbosch op 17 juni 2014, onder parketnummer 01/067371-14.