Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 3 december 2014
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 3 februari 2015
- het proces-verbaal van getuigenverhoor en tegengetuigenverhoor van 13 maart 2015
- de akte overlegging producties d.d. 15 april 2015 van Achmea
- de conclusie na getuigenverhoor, tevens antwoordakte overlegging producties van [eiseres]
- de antwoordconclusie na getuigenverhoor van Achmea
- de akte uitlating nadere productie van [eiseres] .
2.De verdere beoordeling
.
. De bedoeling hiervan was dat de stelpost alsnog gehonoreerd zou worden. [getuige 4] heeft mij gerustgesteld door te zeggen dat het in orde kwam. Als het op die manier kon, heb ik gezegd, dan teken ik. Ik ben ervan uit gegaan dat als dat zo in een gesprek aan de orde is geweest dat het zo wordt afgehandeld.
. (…)
. Als voorbeeld: We hebben een post van het aanbrengen van planken ( [naam 1] ) direct na het incident later opgenomen bij de inventariskosten terwijl dat bij de opstal had gemoeten. Op die manier kun je bedragen die later boven tafel komen alsnog meenemen. Die dag in [plaats 2] was duidelijk dat er nog een akte van taxatie zou moeten komen. Daar ga je pragmatisch mee om. Ik laat u de rekening zien van [naam 1] .
.”
“ [eiseres] , [plaats 2] ”vermeld. Omdat de locatie [restaurant] niet is genoteerd, kan het heel goed gaan om één van de andere bezoeken van [getuige 5] aan [eiseres] . De rechtbank gaat daarom uit van de datum van 18 oktober 2011 voor de betreffende bespreking bij [restaurant] in [plaats 2] .
“De hele wereld heeft er overheen gelezen. We hadden er een voorbehoud voor moeten maken. Niemand heeft zich dat op dat moment gerealiseerd. Het ging in dit geval om een grote, complexe schadeafhandeling binnen een hele korte tijd”en
“Er is in mijn herinnering op dat moment niet gesproken over een aanvullende akte van taxatie met betrekking tot de opstal”. De verklaringen in onderlinge samenhang beoordeeld leiden tot de conclusie dat weliswaar [eiseres] niet heeft beoogd een vaststellingsovereenkomst te sluiten op het punt van de nagekomen schadepost, maar dat mede door de opstelling van [getuige 4] ten tijde van het ondertekenen van de akte van taxatie op 18 oktober 2011 bij [restaurant] in [plaats 2] Achmea ingevolge artikel 3:33 jo Pro. 3:35 BW gerechtvaardigd heeft mogen vertrouwen dat tussen partijen een vaststellingsovereenkomst is gesloten. De opstelling van [getuige 4] , die is opgetreden als expert aan de zijde van [eiseres] , komt voor haar rekening.
“offerte [getuige 2] ”staat met een bedrag van € 774.748,00. Dit is het totaalbedrag van de offerte, waarin is opgenomen
“Richtprijzen verwijderen PVC vloeren en tegelwerknietin totaalprijs meegenomen”[onderstreping rechtbank]
.Op dit moment waren de kosten voor het verwijderen van de PVC vloeren nog niet gefactureerd en dus nog niet exact bekend. [getuige 4] heeft voldoende tijd gehad om aan de hand van de ontvangen specificatie te controleren of alle relevante posten waren opgenomen. Het had op de weg van [getuige 4] gelegen om ten aanzien van de post ‘verwijderen PVC vloeren’ in overleg met [getuige 5] een bedrag vast te stellen of een voorbehoud te maken.
“alle grote dingen erin zaten”.De post inzake ‘verwijderen PVC vloeren’ is op 18 oktober niet aan de orde geweest. [getuige 3] heeft zich uiteindelijk gerustgesteld gevoeld door [getuige 4] en heeft de akte van taxatie getekend. Gesteld noch gebleken is dat [getuige 5] zich heeft gerealiseerd dat de post ‘verwijderen PVC vloeren’ niet in het totaalbedrag was opgenomen en met opzet onbesproken heeft gelaten.
“het wel kan zijn dat hij[ [getuige 3] ]
het zo gevoeld heeft”en dat is gezegd
“iets in de strekking dat niet langer gezeurd moest worden”. Uit de getuigenverklaring van [getuige 4] blijkt naar het oordeel van de rechtbank niet van
ontoelaatbaredruk op [getuige 3] .
2.026,50(3,5 punten × tarief € 579,00)