Verweerder had aan derde-partij een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen en later uitbreiden van een mantelzorgwoning met een berging van 120 m². Bij besluit op bezwaar werd de vergunning voor de berging gedeeltelijk herroepen op basis van een situatietekening die een deel van 104,56 m² als vergunningvrij aanwees.
Eiser stelde dat deze gedeeltelijke herroeping onterecht was omdat de aanvraag geen grond bood voor het buiten beschouwing laten van dat deel. De rechtbank oordeelde dat uit de aanvraag en bouwtekeningen niet duidelijk bleek welke onderdelen buiten de vergunningaanvraag vielen, waardoor verweerder ten onrechte aannam dat de aanvraag niet op het gehele bouwplan betrekking had.
De rechtbank verwees naar eerdere jurisprudentie en het gewijzigde Besluit omgevingsrecht van 1 november 2014, waarin verduidelijkingen zijn opgenomen over vergunningvrij bouwen en de beoordeling van bouwplannen met een fictieve 'krijtstreep'.
Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd voor zover het de berging betreft, en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.