ECLI:NL:RBGEL:2015:3229
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verbetering proceskostenveroordeling in civiele procedure
In deze civiele procedure verzocht de gemachtigde van de eiser tot verbetering van het vonnis van 18 maart 2015, met name met betrekking tot de proceskostenveroordeling. De eiser wilde dat gedaagde werd veroordeeld tot betaling van het volledige gevorderde bedrag aan griffierecht en eigen bijdrage voor rechtsbijstand, in plaats van een hoger bedrag aan salaris gemachtigde.
De kantonrechter overwoog dat op grond van artikel 31 Rv Pro alleen kennelijke fouten die zich voor eenvoudig herstel lenen kunnen worden verbeterd. De proceskostenveroordeling is gebaseerd op artikel 238 lid 2 Rv Pro, waarbij de rechter keuzevrijheid heeft in het toe te wijzen bedrag voor salaris gemachtigde. Daarnaast is rekening gehouden met het Besluit Vergoedingen rechtsbijstand 2000, dat voorschrijft dat kosten van de gemachtigde forfaitair worden vergoed bij toevoeging.
Omdat de gemachtigde bewust alleen de eigen bijdrage wilde vorderen vanwege mogelijke oninbaarheid van het volledige bedrag, zou het systeem van vergoeding kunnen worden omzeild en de staat benadeeld. Daarom handhaafde de kantonrechter de oorspronkelijke proceskostenveroordeling en wees het verzoek tot verbetering af.
De beslissing werd op 13 mei 2015 in het openbaar uitgesproken door de kantonrechter M.S.T. Belt.
Uitkomst: Het verzoek tot verbetering van de proceskostenveroordeling wordt afgewezen en het oorspronkelijke vonnis blijft gehandhaafd.