ECLI:NL:RBGEL:2015:2980
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en matiging bestuurlijke boete wegens overtreding gebruiksnorm dierlijke meststoffen
De zaak betreft een bestuurlijke boete opgelegd door de staatssecretaris van Economische Zaken aan eiser wegens overtreding van de gebruiksnorm dierlijke meststoffen en stikstofgebruiksnorm in 2011. Het primaire besluit legde een boete op van €8.270,50, welke bij het bestreden besluit ongewijzigd bleef. Eiser stelde beroep in tegen het bestreden besluit.
De rechtbank oordeelt dat de boete een punitief karakter heeft en dat de cautie aan eiser tijdig is gegeven, namelijk rond 14:30 uur op de dag van het onderzoek, nadat de verdenking was ontstaan. De rechtbank stelt vast dat het perceel grond in kwestie geen landbouwgrond is, maar braakliggend industrieterrein, zodat de gebruiksnorm niet van toepassing is op dat perceel.
Verder is vastgesteld dat verweerder bij de boeteberekening is uitgegaan van door eiser zelf aangeleverde gegevens en dat de stikstof-fosfaatverhouding niet irreëel is. De rechtbank constateert dat verweerder het beleid dat bij een termijn van meer dan 26 weken tussen rapport en boetebesluit een korting van 10% op de boete voorschrijft, niet heeft toegepast. Daarom wordt de boete gematigd tot €5.764,50.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit, herroept het primaire besluit, stelt de boete vast op het gematigde bedrag, en veroordeelt verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt gematigd en vastgesteld op €5.764,50; het beroep wordt gegrond verklaard.