ECLI:NL:RBGEL:2015:2917
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening huishoudelijke hulp wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft bij besluit van 22 december 2014 ondersteuning bij de organisatie van zijn huishouden toegekend gekregen voor de periode van 1 januari 2015 tot en met 1 juli 2017. Tegen dit primaire besluit is bezwaar gemaakt en heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd.
Tijdens de zitting op 28 april 2015 heeft verzoeker aangevoerd dat hij sinds 1 januari 2015 aanzienlijk minder uren huishoudelijke verzorging ontvangt, waardoor zijn woning verwaarloosd raakt en hij niet meer in een prettige en gezonde leefomgeving woont. Verweerder betwist dit en stelt dat er nog steeds huishoudelijke hulp wordt verleend en dat de woning niet verwaarloosd is.
De voorzieningenrechter overweegt dat een voorlopige voorziening alleen wordt getroffen bij onverwijlde spoed. Verzoeker heeft niet voldoende onderbouwd dat er sprake is van zodanige vervuiling dat het niet mogelijk is de bezwaarprocedure af te wachten. Het huisbezoek van 14 april 2015 bevestigt dat de woning niet ernstig vervuild is en dat de reeds ingezette hulp het doel van een georganiseerd huishouden kan bereiken.
Daarom is er geen spoedeisend belang en wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is ook geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.