Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
2.Overwegingen ten aanzien van het bewijs
3.De beslissing
niet bewezendat verdachte het tenlastegelegde
spreekt verdachte hiervan vrij.
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland sprak verdachte vrij van het samen met anderen hebben van een hennepkwekerij in een pand te Winterswijk en van medeplichtigheid aan hennepteelt. Hoewel verdachte in het pand verbleef waar een grote hennepkwekerij was gevestigd en het aannemelijk was dat hij hiervan op de hoogte was, ontbrak het aan wettig en overtuigend bewijs dat hij zich schuldig had gemaakt aan de ten laste gelegde feiten.
De tenlastelegging betrof het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken of aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennepplanten, meer dan 1185 planten, en het als medeplichtige behulpzaam zijn bij deze hennepteelt. De officier van justitie had vrijspraak gevorderd, en de rechtbank volgde dit standpunt.
De rechtbank oordeelde dat de wetenschap van verdachte over de hennepkwekerij niet boven redelijke twijfel kon worden vastgesteld. Er waren geen bewijsmiddelen die zijn betrokkenheid overtuigend konden aantonen. Daarom werd verdachte vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten.
Het vonnis werd gewezen door mr. E.G. de Jong, mr. C.J.M. van Apeldoorn en mr. C.H.M. Pastoors, waarbij mr. van Apeldoorn niet in staat was het vonnis mede te ondertekenen. De uitspraak vond plaats op 1 mei 2015 in Zutphen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij hennepkwekerij.