Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 16 april 2015
[X], te [Z], eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Zwolle, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil
Naar het oordeel van de rechtbank zijn er onvoldoende omstandigheden die het bestaan van een natuurlijke verbintenis rechtvaardigen. Hierbij heeft de rechtbank onder meer in aanmerking genomen dat eiser meerderjarig is. Gesteld noch aannemelijk is geworden dat eiser niet door middel van het verrichten van arbeid in staat was in zijn levensonderhoud te voorzien in een periode waarin zijn onderneming niet voldoende inkomsten opleverde. Voorts had eiser een beroep kunnen doen op ondersteuning door de overheid in de vorm van bijstand. Dat eiser niet in aanmerking kwam voor bijstandsverlening voor zelfstandigen laat onverlet dat hij een reguliere bijstandsuitkering had kunnen aanvragen. Eiser heeft echter pas in 2013 van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. Ter zitting heeft eiser verklaard dat zijn psychische problemen geen rol hebben gespeeld bij het doen van de schenking. Verweerder heeft voorts onweersproken gesteld dat de moeder van eiser zelf slechts inkomsten uit een AOW-uitkering ontving en een gering vermogen had. Naar het oordeel van de rechtbank kan naar maatschappelijke opvattingen niet worden aangenomen dat op iemand in een dergelijke inkomens- en vermogenspositie een dringende verplichting van moraal en fatsoen rust om aan een meerderjarig kind in de omstandigheden als hiervoor omschreven schenkingen te doen om te voorzien in diens levensonderhoud.
Gelet op het voorgaande dient het beroep ongegrond te worden verklaard.
Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;