Uitspraak
[verdachte]
Rechtbank Gelderland
Op 12 oktober 2012 reed verdachte op de Parallelweg te Opheusden en wilde twee naast elkaar rijdende fietsers inhalen. Tijdens deze manoeuvre raakte hij de linker fietser, die ten val kwam en ernstig letsel opliep. De officier van justitie beschouwde het rijgedrag als aanmerkelijk onvoorzichtig, terwijl de verdediging stelde dat de fietser plotseling een zwabberende beweging maakte.
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende bewijs was dat verdachte roekeloos of aanmerkelijk onvoorzichtig had gereden en sprak hem vrij van dit feit. Wel werd vastgesteld dat verdachte gevaar op de weg had veroorzaakt door het inhalen op een smalle weg, wat strafbaar is volgens artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994.
De rechtbank legde een geldboete van € 500 op en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor drie maanden, met een proeftijd van twee jaar. De straf werd gematigd ten opzichte van de eis van de officier van justitie, mede vanwege het feit dat verdachte een first offender is en het bewezen feit minder ernstig was dan primair ten laste gelegd.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldigheid bij het inhalen op smalle wegen en de verantwoordelijkheid van bestuurders om gevaar op de weg te voorkomen.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van roekeloos rijgedrag, veroordeeld voor veroorzaken gevaar op de weg met geldboete van € 500 en voorwaardelijke rijontzegging van 3 maanden.