Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
VONNIS
[verdachte],
een verdachtegetuigt van een onjuiste lezing van artikel 126M van het Wetboek van Strafvordering.
weet je nog dat er vorig jaar bij jou is ingebroken. Ik ben één van de daders. En weet je wat er toen gestolen is? Dat groene kistje en de inhoud daarvan heb ik nog steeds in mijn bezit. (…) Als je de politie erbij haalt en één van ons wordt opgepakt, en onthoudt, ik ben niet alleen, dan zal ik de inhoud van het groene kistje verspreiden. Je belt morgen de bank op om voor deze week een afspraak te maken om de 40.000 eraf te pinnen. Morgen zal ik opnieuw contact met je opnemen om te horen wanneer de afspraak is. [42] ”
“Morgen heb je money of zit je vast”. [65] [betrokkene] verklaart daarover dat hij van [medeverdachte 3] had gehoord, dat er iets ging gebeuren waardoor hij veel geld zou hebben. [66]
/ofcd-rom(s)) in de openbaarheid gebracht wordt en/of verspreid wordt
Feit 1 subsidiair: Medeplegen van poging tot afdreiging.
Beslissing
niet bewezen, dat verdachte het
primair tenlastegelegdeheeft begaan en
spreekt verdachte daarvan vrij;
subsidiair: Medeplegen van poging tot afdreiging;
gevangenisstrafvoor de duur van
15 (vijftien) maanden;
5 (vijf) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren de navolgende
algemene- dan wel
bijzondere voorwaardenniet heeft nageleefd;
verklaart verbeurdde in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten, beslaglijstnummer:
gelast de tenuitvoerleggingvan de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van rechtbank te Zutphen van 27 november 2012 (06/820611-11), te weten: