ECLI:NL:RBGEL:2014:8092
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige verwijdering van keermuur leidt tot herstelverplichting en dwangsom
In deze civiele zaak stond de verwijdering van een keermuur op het perceel van de gedaagde centraal. De deskundige stelde vast dat het verwijderen van de keermuur het talud instabiel maakte, met risico op bezwijken en afschuiven van grond richting het perceel van de eisende partij. Hoewel er nog geen directe schade was, waren de toekomstige gevolgen ernstig en schadelijk.
De gedaagde had de muur verwijderd vanwege onvrede over de bouwkundige staat en het uiterlijk, maar kon dit niet onderbouwen met concrete feiten of een bouwkundig rapport. De rechtbank vond dat de gedaagde daarmee onrechtmatig had gehandeld en de steun in de zin van artikel 5:37 BW Pro had ontnomen.
De rechtbank veroordeelde de gedaagde tot het binnen vier weken herstellen van de keermuur, betaling van buitengerechtelijke kosten, en een dwangsom van €500 per dag met een maximum van €50.000 bij niet-naleving. De kosten van het herstel moesten volledig door de gedaagde worden gedragen, ondanks haar verwijzing naar onderhoudsweigering door de eisende partij. De proceskosten werden eveneens aan de gedaagde opgelegd.
De uitspraak benadrukt het belang van het naleven van de wettelijke plichten omtrent steun en het voorkomen van onrechtmatige hinder tussen buren, en bevestigt dat eigen belang niet zonder meer rechtvaardigt dat men steun onttrekt die schade kan veroorzaken.
Uitkomst: Gedaagde is veroordeeld tot herstel van de keermuur binnen vier weken, betaling van een dwangsom en vergoeding van kosten wegens onrechtmatige verwijdering.