Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 8 mei 2013 (hierna: het tussenvonnis)
- de akte overlegging producties/nadere uitlating van Succes op Maat van 17 oktober 2013
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 17 oktober 2013
- de brief van mr. Plattel van 1 mei 2014 namens Succes op Maat met als bijlage een lijst “Jaarrekeningen 2010”
- het proces-verbaal van voortzetting van getuigenverhoor zijdens eiseres en contra-enquête en getuigenverhoor aan eigen zijde zijdens gedaagden van 15 mei 2014
- de akte na enquête tevens vermeerdering eis van Succes op Maat
- de antwoordakte na enquête, tevens akte uitlating na vermeerdering van eis van Succes op Maat.
2.De verdere beoordeling
Eiswijziging
dat onderzoek had verricht, heb ik samen met hem de hele debiteurenlijst doorgenomen. [getuige 1] heeft per [getuige 8] zijn commentaar geleverd. Ik heb zelf niet gesproken met [gedaagde sub 2] en [getuige 3]. Ik heb ook nog jaarstukken gezien. Wat mij opviel was dat de voorziening per 15 december 2011 (de peildatum) exact gelijk was aan de voorziening per 4 april 2012. Op papier schommelde dat bedrag dus niet. Verder viel mij op dat in 2010 een bedrag voor oninbare vorderingen was afgeboekt ten laste van het resultaat. Op zich is dat normaal. Als eenmaal vaststaat dat een vordering oninbaar is, dan boek je hem af van de voorziening en als die niet toereikend is ook van het resultaat. Als afgeboekt moet worden van het resultaat betekent dat dus in feite dat de voorziening niet toereikend was […]. Dat van de omzet afgeboekte bedrag in 2010 zat niet begrepen in die voorziening van ruim € 31.000 per 15 december 2011.
- gecorrigeerde omzet 2009 € 364.184,00 -/- € 4.190,00 € 359.994,00
- gecorrigeerde omzet 2010 € 342.468,00 -/- € 1.572,00 € 340.896,00
- gecorrigeerde omzet 2011 € 376.152,00 -/- € 11.380,00 € 364.772,00
- Gemiddelde gecorrigeerde omzet over 2009-2011 € 355.221,00
- Met betrekking tot de juridische advieskosten is een bedrag van € 15.759,57 toewijsbaar (tussenvonnis 4.22), alsmede een boete van € 10.000,00 (zie hierboven 2.64).
- [gedaagde sub 2] heeft geen boete verbeurd wegens handelen in strijd met artikel 9.1 en 9.2 van de koopovereenkomst (introductie van relaties en overdracht van klanten; zie hierboven 2.35). De vordering zal in zoverre worden afgewezen.
- Evenmin heeft [gedaagde sub 2] een boete verbeurd wegens handelen in strijd met artikel 9.5 van de koopovereenkomst (negatieve uitlatingen naar klanten en medewerkers; zie hierboven 2.47). De vordering zal in zoverre worden afgewezen.
- [gedaagde sub 2] heeft gehandeld in strijd met artikel 11.7 van de garanties door niet voor het sluiten van de koopovereenkomst aan Succes op Maat mee te delen dat Juresta Groep niet bij [gedaagde sub 2] Account Services B.V. zou blijven na overname door Succes op Maat en moet in verband hiermee aan Succes op Maat een schadevergoeding betalen van € 23.630,00 (zie hierboven 2.72).
- Succes op Maat is ten dele geslaagd in het bewijs van haar stelling dat [gedaagde sub 2] de waarde van de vennootschap hoger heeft gepresenteerd dan zij in werkelijkheid was. [gedaagde sub 2] moet haar in verband daarmee een schadevergoeding betalen van € 32.038,50 (zie hierboven 2.59).
- Per saldo is de vordering in hoofdsom toewijsbaar voor een bedrag van € 124.445,29 (€ 43.017,22 + € 15.759,57 + € 10.000,00 + € 23.630,00 + € 32.038,50) en moet zij voor het meerdere worden afgewezen.