ECLI:NL:RBGEL:2014:7967

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
17 november 2014
Publicatiedatum
23 december 2014
Zaaknummer
05/800145-14
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte in zaak heling kluis na woninginbraak

De rechtbank Gelderland heeft op 17 november 2014 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen zeven verdachten die werden verdacht van woninginbraken, medeplichtigheid, heling en witwassen. Deze zaak, bekend als het Boxer-onderzoek, betrof een groep jongeren uit Tiel met een geschiedenis van crimineel gedrag.

Aan verdachte werd ten laste gelegd dat hij tussen 15 november en 9 december 2013 een kluis had verworven of in bezit had, waarvan hij wist of moest vermoeden dat deze afkomstig was van een misdrijf. Tijdens een doorzoeking werd de kluis aangetroffen in de bergruimte van verdachte, met een plastic tas erop met zijn vingerafdruk.

De rechtbank oordeelde echter dat het bewijs onvoldoende was om te concluderen dat verdachte wetenschap had van de kluis. Tapgesprekken toonden geen betrokkenheid van verdachte bij het opslaan van de kluis. De vingerafdruk op de tas kon ook verklaard worden doordat de tas al in de bergruimte lag. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit.

De benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen omdat geen straf of maatregel werd opgelegd. De rechtbank besteedde in totaal acht zittingsdagen aan deze strafzaken, waarbij één verdachte werd vrijgesproken en de overige veroordeeld.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van wetenschap of vermoeden van heling van de kluis.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Promis II
Parketnummer : 05/800145-14
Data zittingen : 23 mei 2014 (regie) en 3 november 2014
Datum uitspraak : 17 november 2014
TEGENSPRAAK
Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van
de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland
tegen
naam :
[verdachte]
geboren op : [geboortedatum]
adres : [adres 1]
plaats : [woonplaats]
raadsman : mr. A.C. Vingerling, advocaat te Utrecht.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 15 november 2013 tot en met 09 december
2013 te Maurik, gemeente Buren en/of Tiel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een kluis (met inhoud) en/of ander(e) goed(eren), heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormeld(e) goed(eren)
wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof (zaaksdossier 34).

2.Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 3 november 2014 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. A.C. Vingerling, advocaat te Utrecht.
Als benadeelde partijen hebben zich schriftelijk in het geding gevoegd en zijn ter terechtzitting verschenen:
 [benadeelde]
 [benadeelde], wettelijk vertegenwoordiger van [naam reisbureau] Reisbureau.
De officier van justitie, mr. H.G. Kuipers, heeft gerekwireerd.
Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3.De beslissing inzake het bewijs

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij een kluis heeft verworven of voorhanden heeft gehad, die afkomstig was van een inbraak aan de [adres 2]. Tijdens de doorzoeking van de bergruimte die behoort bij de woning van verdachte, is de kluis daar aangetroffen. Op de kluis lag een plastic draagtas waarop een vingerafdruk van verdachte is aangetroffen. Verdachte heeft echter ontkend dat hij enige wetenschap had van de aanwezigheid van de kluis in zijn bergruimte.
Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat uit de tapgesprekken onvoldoende blijkt van betrokkenheid van verdachte bij het opslaan van de kluis in de bergruimte. Weliswaar heeft medeverdachte [medeverdachte 1], zijnde de broer van verdachte, met anderen besproken of in de schuur van zijn broer een kluis geopend kan worden, maar uit geen van de afgeluisterde telefoongesprekken blijkt dat dit ook met verdachte zelf is besproken. Verder blijkt uit het afgeluisterde telefoongesprek met sessienummer 1129 enkel dat verdachte op enig moment op verzoek van [medeverdachte 2] vanuit zijn woning naar beneden is gelopen. Het doel van dat verzoek komt echter niet ter sprake.
Wat betreft de op de plastic tas aangetroffen vingerafdruk geldt voorts dat niet uitgesloten kan worden dat deze tas, met daarop een vingerafdruk van verdachte, al in de bergruimte lag en door degene die de kluis daar heeft neergezet op de kluis is gelegd.
Het vorenstaande maakt dat de rechtbank niet de overtuiging heeft dat verdachte enige wetenschap heeft gehad of zelfs maar moest vermoeden dat de kluis in zijn bergruimte stond. Verdachte zal derhalve worden vrijgesproken.
De benadeelde partijen [benadeelde] en [naam reisbureau] Reisbureau hebben zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding.
De rechtbank zal de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu geen straf of maatregel voor enig bewezen verklaard feit wordt opgelegd.

8.De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:
Spreekt verdachte vrijvan het ten laste gelegde feit.
De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
Verklaartde benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering
De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [naam reisbureau] Reisbureau
Verklaartde benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering
Aldus gewezen door:
mr. K.A.M. van Hoof (voorzitter), mr. P.C. Quak en mr. F.J.H. Hovens, rechters,
in tegenwoordigheid van E. Terlouw-Boeijink en mr. D. G. Wessels-Harmsen, griffiers,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 november 2014.