Uitspraak
[Rechtspersoon A].
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
De Ontvanger legde executoriaal beslag op motorrijtuigen van een vennootschap voor naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting. Na faillietverklaring van de vennootschap verkocht de Ontvanger de voertuigen en verrekende de opbrengst met openstaande belastingschulden. De curator stelde dat het beslag verviel door het faillissement en eiste betaling van de opbrengst plus rente en kosten.
De rechtbank onderzocht de verhouding tussen artikel 33 Faillissementswet Pro en artikel 22a Invorderingswet. Artikel 33 Fw Pro bepaalt dat beslag vervalt bij faillissement, terwijl artikel 22a Iw een bijzonder verhaalsrecht geeft aan de ontvanger op motorrijtuigen. De Ontvanger stelde dat dit verhaalsrecht ook na faillissement geldt, ongeacht of sprake is van een katvanger.
De rechtbank oordeelde dat artikel 22a Iw primair is bedoeld om katvangersproblematiek te bestrijden en niet als inbreuk op de faillissementsregels. Omdat de vennootschap geen katvanger was, verviel het beslag door het faillissement. De Ontvanger was niet bevoegd de voertuigen te verkopen en de opbrengst te verrekenen. De curator kreeg daarom de verkoopopbrengst, wettelijke rente vanaf verkoopdatum en buitengerechtelijke kosten toegewezen.
Uitkomst: De Ontvanger moet de curator € 2.450,00 plus wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten betalen wegens onrechtmatige verkoop van motorrijtuigen na faillissement.