Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 21 augustus 2013
- het proces-verbaal van comparitie van 6 november 2013.
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een vordering van een campingexploitant die sinds 1980 een camping exploiteerde op een perceel in erfpacht van Defensie. De erfpacht liep af per 31 december 2012 en werd niet verlengd vanwege militaire belangen en geluidsbelasting. De provincie Gelderland had het perceel aangemerkt als krimpgebied in haar groei- en krimpbeleid voor verblijfsrecreatie.
De exploitant stelde dat de provincie onrechtmatig en onzorgvuldig had gehandeld door het terrein in de groeitender 2011 op te nemen zonder overleg of vergoeding, terwijl het beleid vrijwilligheid en overleg voorschrijft. De provincie verweerde zich met het argument dat zij geen partij was bij de erfpachtbeëindiging en dat het beleid alleen betrekking heeft op situaties waarin zij zelf tot aankoop overgaat.
De rechtbank oordeelde dat het inherent is aan erfpacht dat deze tijdelijk is en niet verlengd kan worden. De sluiting van de camping was onvermijdelijk door het niet verlengen door Defensie. De provincie handelde niet onrechtmatig door het perceel als krimpgebied aan te merken zonder overleg of vergoeding, mede gezien de bijzondere omstandigheden en het militaire belang. De vorderingen werden afgewezen en de exploitant werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en oordeelt dat de provincie niet onrechtmatig heeft gehandeld.