Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 12 februari 2014
- het proces-verbaal van comparitie van 18 april 2014.
Rechtbank Gelderland
De vrouw vordert betaling van de man op grond van een echtscheidingsconvenant waarin schulden zijn verdeeld en zij betalingen heeft gedaan via loonbeslag en de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP). De man betwist de vordering en voert onder meer verjaring aan.
De rechtbank stelt vast dat de regresvordering uit loonbeslag en de aanspraak op een polis verjaard zijn, omdat deze vorderingen meer dan vijf jaar geleden opeisbaar waren en niet tijdig zijn gestuit. De regresvordering die is ontstaan door betaling van schuldeisers in het kader van de WSNP is pas na het einde van de WSNP ontstaan en is niet verjaard.
Echter oordeelt de rechtbank dat het uitoefenen van het regresrecht door de vrouw jegens de man onaanvaardbaar is op grond van redelijkheid en billijkheid, omdat de vrouw geen vermogensnadeel heeft geleden en het verhaal leiden tot onrechtvaardig nadeel voor de man. De vordering tot betaling van incassokosten en rente wordt eveneens afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De regresvordering van de vrouw op de man wordt afgewezen wegens verjaring en onaanvaardbaarheid van het regresrecht.