Uitspraak
[verdachte]
1.De inhoud van de tenlastelegging
en/of
3) dat die levering(en) en/of verko(o)p(en) van bouwmaterialen en/of bouwwerkzaamheden en/of installatiewerkzaamheden genoemd in de facturen/factuur genoemd onder sub c en/of sub d (telkens) in werkelijkheid niet hebben/heeft plaatsgevonden;
2.Het onderzoek ter terechtzitting
- In de commissieovereenkomst staat dat de door [naam BV 1] B.V. verschuldigde commissie wordt verrekend met een hypothecaire inschrijving ‘op de in de bijlage genoemde objecten’. Een bijlage ontbreekt zodat niet blijkt op welk pand de overeenkomst betrekking heeft . Evenmin blijkt hoe hoog de commissie is en/of hoe de hoogte van de commissie wordt bepaald. De commissieovereenkomst is tot slot ongedateerd.
- Uit een zich tussen de door verdachte aan de Belastingdienst overgelegde stukken bevindende brief van 3 februari 2009 van [bedrijfsnaam 3],
(rechtbank: de laatste twee weken van mei 2009)verricht en de factuur is nooit betaald. [38]
- het niet betaald zijn van de factuur van [naam BV 1] B.V. aan [naam BV 2] B.V. en nu gesteld noch gebleken is dat daadwerkelijke betaling van de factuur is verlangd en nu de factuur ook geen bankrekeningnummer vermeldt
- het grote verschil in hoogte tussen de factuur van [naam VOF] ([eigenaar vof]) aan [naam BV 1] B.V. en de aan de belastingaangifte ten grondslag gelegde factuur van [naam BV 1] B.V. aan [naam BV 2] B.V., terwijl gesteld noch gebleken is dat dit verschil door enige prestatie wordt gerechtvaardigd
- het opmaken van de factuur nog voordat de werkzaamheden door [eigenaar vof] waren gefactureerd
- en nu door [naam BV 1] B.V. en door [naam BV 2] B.V. geen omzet is opgegeven
(taxatierapport met betrekking tot [adres 3], D-13-03-03, p. 1214 t/m 1258).In de commissieovereenkomst staat vermeld dat [naam BV 3] B.V. bij aankoop van een bedrijfspand een percentage van het aankoopbedrag aan commissie verschuldigd is aan [verdachte] namens [naam BV 1] B.V. [53] Hoewel [medeverdachte] de op de factuur vermeldde BTW wel als voorbelasting bij de Belastingdienst heeft teruggevraagd, is door hem echter geen bewijs overlegd dat ziet op (bezigheden met betrekking tot) daadwerkelijke aankoop van het pand. Onduidelijk is op welk moment de op de factuur vermelde commissie aan [naam BV 1] B.V. al dan niet verschuldigd zou zijn. Op de vraag of de factuur door [medeverdachte] is voldaan, beroept [verdachte?][medeverdachte] zich op zijn zwijgrecht.
- De in rekening gebrachte commissie is berekend aan de hand van de taxatieprijs en de in rekening gebrachte commissie bedraagt 28,5%. Zeker ook nu gesteld noch gebleken is dat werkzaamheden van enige substantie ten grondslag lagen aan de verschuldigdheid van de commissie, is de rechtbank van oordeel dat zonder meer niet aannemelijk is dat de commissie daadwerkelijk verschuldigd was. In ieder geval staat de in rekening gebrachte commissie niet in verhouding tot de gestelde werkzaamheden.
- Niet blijkt dat het pand daadwerkelijk is aangekocht en evenmin blijkt dat de commissiefactuur is betaald of dat op betaling is aangedrongen.
- Zij het opmerkelijk acht dat ook deze facturen op aanmerkelijk andere werkzaamheden betrekking hebben dat factuur D-13-03 en voorts geen raakvlakken hebben met de eerder vermelde bedrijfsomschrijving van [naam BV 1] B.V.
- Zij het voorts opmerkelijk acht dat, zoals door verdachte wordt gesteld, werkzaamheden vanuit zijn B.V. worden gefactureerd voor fotograferen, bewerken en plaatsen van een groot aantal fotoalbums en het bijhouden van de albums/site (agenda vastleggen voor evenementen en vaste locaties) terwijl verdachte heeft verklaard geen eigen computer te hebben en niet handig te zijn in het maken van een logo.
(elk
)zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -,
)valselijk heeft opgemaakt met het oogmerk om die facturen als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, hebbende dat valselijk opmaken hierin bestaan, dat genoemde facturen geheel fictief waren en/of waren die facturen telkens voorzien van een BTW-nummer van een andere onderneming dan van [naam BV 1] BV zelf en hierin:
/plaatsgevonden;
en
3) dat die levering(en) van bouwmaterialen en bouwwerkzaamheden en installatiewerkzaamheden genoemd in de facturen genoemd onder sub c en sub d (telkens) in werkelijkheid niet hebben plaatsgevonden;
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De motivering van de sanctie(s)
7.De toegepaste wettelijke bepalingen
8.De beslissing
4 (vier) uren, zijnde 2 (twee) dagen hechtenis.