Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 12 maart 2014
- het proces-verbaal van comparitie van 9 mei 2014 en de daarin vermelde stukken.
2.De feiten
- mevrouw [naam 8], eindverantwoordelijke bij [eiseres];
- de heer [naam 1], extern adviseur van [eiseres];
- de heer [naam 2], extern fiscaal adviseur van [eiseres];
- de heer [naam 3], vader van [naam 8];
- de heer [naam 9], eindverantwoordelijke bij Van der Maazen (Eco-Maat);
- de heer [naam 4], projectontwikkelaar, werkzaam bij of werkend in opdracht van
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
maar alleen indien [eiseres] daarom op de onder 5.3 bedoelde roldatum heeft verzocht,naar de zesde rolzitting na de dag waarop dit vonnis is uitgesproken voor het nemen van een conclusie na niet gehouden getuigenverhoor aan de zijde van [eiseres], waarbij deze desgewenst ook het bewijs schriftelijk kan leveren,